Zo ontdek ik het lezen!, deel 1
(Rotterdam, 2013; Amsterdam, Ontdekkend Leren, 2018)

Inkijkexemplaren en bestellen
Klik hier voor de inkijkexemplaren van de handleiding en het werkboek.
   Daar staat ook informatie over het bestellen van de handleiding en het werkboek.

Inhoudsopgave
1. Samenvatting van de handleiding
2. Samenvatting van het werkboek
3. Demonstratievideo’s
4. Leerkrachten vertellen over werken met Zo ontdek ik het lezen!
5. Artikelen over ontdekkend leren lezen
6. Leesboekjes bij deel 1

—————————————————————————————

1. Samenvatting van de handleiding
Van Zo ontdek ik het lezen! is deel 1 op 11 juli 2013 verschenen. In april 2018 is een licht herziene uitgave uitgekomen; ISBN: 978-94-92977-02-1.
   Deel 1 gaat over het ontdekkend leren lezen door kinderen van louter klankzuivere woorden. 

Hoofdstuk 1. De ontwikkeling van lezen en schrijven
Tussen gemiddeld 3 jaar en 8,5 jaar zijn er vier soorten lezen en schrijven. Ze worden aan de hand van voorbeelden beschreven en verklaard vanuit de vier verschillende psychologische structuren waar het kind in die periode achtereenvolgens over beschikt: ‘eenzijdig concreet-feitelijk’, ‘tweezijdig concreet-feitelijk’, ‘eenzijdig abstract-logisch’ en ‘tweezijdig abstact-logisch’.
   Vanwege deze ontwikkeling is de kleuter (gemiddeld 4,5-6,5 jaar), die over ‘eenzijdige abstract-logische verbanden’ beschikt, in staat tot klankanalyse en vormoefeningen (zie Klank- en vormspel), maar niet tot lezen.
   Het jonge schoolkind (gemiddeld 6,5-8,5 jaar), dat over ‘tweezijdige abstract-logische verbanden’ beschikt, kan leren lezen (en na ongeveer een jaar leren schrijven).
   De schrijfproef en de leesproef (zie formulieren voor de proeven) worden uitvoerig uiteengezet en toegelicht. Bij twijfel over de vraag of een kind leesrijp is of niet, kan men ook de herkenproef doen. Daarin gaat u na of het kind spiegelingen en verwisselingen in zijn eerdere schrijfsels herkent of niet. Niet-herkennen duidt erop dat het kind niet-leesrijp is en herkennen dat het wel leesrijp is.
   Van elf kinderen worden voorbeelden gegeven van de schrijfproef. Met acht van hen kon de leesproef worden gedaan. Ook die staan afgedrukt en ook die worden besproken.

Hoofdstuk 2. Theorie en praktijk van ontdekkend leren lezen
In afbeelding 1 staat een voorbeeld van een ontdekblad. In eerdere hoofdstukken heeft het kind de letters ‘a’, ‘t’, ‘s’, ‘l’, ‘e’, ‘r’, ‘v’ en ‘o’ ontdekkend geleerd. Nu ontdekt het aan de hand van de afbeeldingen van een kat, een slak, een kers en een vork en de woorden ‘kat’, ‘slak’, ‘kers’ en ‘vork’ dat ‘k’ een nieuwe letter is én hoe hij klinkt, namelijk als aan het begin en eind van het woord /koek/.
ontdekblad 'k'
Deze afbeelding heeft deze licentie: CC BY-SA 40.
This picture has this licence: CC BY-SA 40.
Afbeelding 1. Ontdekblad bij de letter ‘k’.

   Na het ontdekblad doet het kind tien andere oefeningen; zie de inkijkexemplaren van de handleiding en het werkboek.

Hoofdstuk 3. Termen en symbolen
Voor de communicatie met de leerling(en) worden vier termen en zeven symbolen geïntroduceerd. Een potlood bijvoorbeeld betekent dat het kind op die plaats een schrijfoefening doet en een lezend kind dat er een leesoefening staat.

Hoofdstuk 4. Opzet van het werkboek
Het werkboek, voor de leerlingen, is thematisch opgezet. Dat wil zeggen dat er in elk hoofdstuk één onderwerp aan bod komt. Het onderwerp is bijna altijd een nieuwe letter. Een hoofdstuk wordt niet systematisch doorgewerkt maar wordt op een vanzelfsprekende manier over vele lessen verspreid.
   De meeste hoofdstukken bestaan uit twaalf oefeningen. De drie belangrijkste zijn:
* het ontdekken van een nieuwe letter op een ontdekblad; zie afbeelding 1;
* het lezen van woorden; zie het inkijkexemplaar;
* het lezen van zinnen; zie het inkijkexemplaar. Er zijn zes soorten zinnen: naamzinnen als ‘rik tikt’ en ‘kees tikt’, overige zinnen van twee woorden, zinnen van drie woorden (op één bladzijde), zinnen van vier woorden, zinnen van vijf woorden en zinnen van zes en meer woorden (op de volgende bladzijde).
   Wat het lezen betreft, centraal staat het zogeheten schakelende lezen. Daarin wordt ‘korst’ gelezen als ‘k, o; ko; r; kor; s; kors; t; korst’. Het blijkt dat daarmee kinderen al heel gauw ook woorden als ‘karton’ en ‘voorkant’ kunnen lezen, terwijl ze daarmee vastlopen in het zogeheten rijgende lezen. Daarin wordt ‘korst’ gelezen als ‘k, o, r, s, t; korst’: na het hakken van het woord moet het kind vijf klanken in één keer samenstellen tot een woord.

Hoofdstuk 5. Begeleiding bij het werkboek
Per hoofdstuk van het werkboek worden alle oefeningen beschreven. Omdat vanaf een zeker punt de hoofdstukken dezelfde opbouw hebben, wordt vanaf dat punt terugverwezen naar een eerder hoofdstuk.

2. Samenvatting van het werkboek
Op 11 juli 2013 is de eerste uitgave van het werkboek van Zo ontdek ik het lezen!, deel 1 verschenen. In april 2018 is een licht herziene uitgave uitgekomen; ISBN: 978-94-92977-03-8.
   Het werkboek opent met een hoofdstuk over rechte lijnen. De leerling kan op drie bladzijden rechte lijnen en figuren die louter uit rechte lijnen bestaan, tekenen. Daarna volgt een hoofdstuk van drie bladzijden voor kromme lijnen en figuren die louter uit kromme lijnen bestaan.
   Dan volgt het hoofdstuk over de letters ‘e’ en ‘n’. Dat doet het nog niet helemaal zelfstandig maar met u samen. Zie afbeelding 2.

ontdekblad 'e' en 'n'
Afbeelding 2. Bovenste deel van het ontdekblad bij de letters ‘e’ en ‘n’.

   Het blijkt dat een leesrijp kind er geen probleem mee heeft om in de twee regels van afbeelding 2 twee ‘zinnen’ te zien. Het leest de eerste zin als ‘zon en maan’ of als ‘de zon en de maan’ – het leest het woord ‘en’ dus als /en/ en daar gaat het om.
   Dan gaat u samen naar het onderste deel van het ontdekblad bij de letters ‘e’ en ‘n’. Zie afbeelding 3. Daarop staan de woorden ‘een’ en ‘nee’. De afbeelding links herkent het kind vrijwel meteen, maar bij de afbeelding rechts zult u bij veel kinderen moeten voordoen dat de pijlen betekenen dat het kind met zijn hoofd schudt.

ontdekblad 'ee'
Afbeelding 3. Onderste deel van het ontdekblad bij de letters ‘e’ en ‘n’.

   Het kind kent dus drie klanken: /e/, /n/ en /ee/. Het doet daar nog tien oefeningen mee, zoals klankanalyse, schrijven van ‘e’ en van ‘n’ en tekenen van bij elkaar horende tweetallen met telkens het woord ‘en’ ertussen geschreven, zoals ‘jongen en meisje’, ‘recht en krom’ en ‘rood en groen’.
   Nadat het kind het ontdekblad voor ‘→’ heeft gedaan, kan het zijn eerste ontdekblad helemaal zelfstandig doen. Zie afbeelding 4.

ontdekblad 't'
Afbeelding 4. Ontdekblad bij de letter ‘t’.

   Enzovoort, want na de letter ‘t’ komt de letter ‘s’ die het kind ontdekt aan de hand van de woorden ‘nest’, ‘steen’ en ‘snee’.

3. Demonstratievideo’s
Er zijn video’s over de belangrijkste onderdelen van Zo ontdek ik het lezen!, deel 1.
   De video’s zijn samengesteld door Ewald Vervaet, de auteur van Zo ontdek ik het lezen! Zie demonstratievideo’s.

4. Leerkrachten vertellen over werken met Zo ontdek ik het lezen!
Op 20 april 2016 is het congres ‘We willen weer gewoon goed (lees)les kunnen geven!’ gehouden.
   Één van de spreeksters was Esther Meima. Klik hier voor haar presentatie.
   Een andere spreekster was Annelies Lettink. Klik hier voor haar presentatie.

5. Artikelen over ontdekkend leren lezen
In de Psychosociale Courant van november 2013 heeft een artikel over ontdekkend leren lezen gestaan. Klik hier.
   In Zorg primair (CNV-Onderwijs) van april 2017 heeft een artikel over late lezers gestaan. Klik hier.

6. Leesboekjes bij deel 1
Vanaf 29 mei 2017 zijn er leesboekjes beschikbaar bij deel 1. Klik hier.

—————————————————————————————

Laatste bewerking van deze webpagina: 7 september 2019